ODE bij psychisch lijden
Steeds meer patiënten met een euthanasiewens willen na hun overlijden organen doneren. Dat geldt in toenemende mate ook voor mensen die kiezen voor euthanasie wegens psychisch lijden. Die ontwikkeling vraagt om zorgvuldige afwegingen, duidelijke procedures en een goed getimed gesprek.
9 april 2026
Groeiende groep bij psychisch lijden
Orgaandonatie na euthanasie (ODE) bestaat in Nederland sinds 2012 en neemt de laatste jaren toe: in 2025 kwam het 34 keer voor.
Opvallend is de verschuiving binnen deze groep: waar tussen 2012 en 2022 zo’n 30 procent euthanasie onderging vanwege psychisch lijden, laat de NTS-administratie zien dat het inmiddels gaat om ongeveer twee derde van de ODE-procedures.
Volgens psychiater en SCEN-arts Richard Oude Voshaar is dat goed verklaarbaar. ‘Bij patiënten met een psychische grondslag zijn er minder vaak medische contra-indicaties voor orgaandonatie.’ Daardoor kan een donatiewens relatief vaak doorgaan.
Tegelijkertijd ziet hij dat veel zorgverleners nog onvoldoende bekend zijn met de mogelijkheden en werkwijze van ODE in deze context. Dat gebrek aan kennis kan ertoe leiden dat het onderwerp niet of te laat wordt besproken.
Kennisdossier Euthanasie
Meer verdieping? In het kennisdossier vind je richtlijn, achtergrondinformatie en ontwikkelingen.
Twee afzonderlijke trajecten
Een belangrijk uitgangspunt bij ODE is dat euthanasie en orgaandonatie altijd twee afzonderlijke procedures blijven. Zowel de beoordeling als de uitvoering moeten strikt gescheiden plaatsvinden. ‘De regel is dat de donatieprocedure pas gestart kan worden als de euthanasieprocedure volledig is afgerond. Ook de wilsbekwaamheid wordt voor beide beslissingen afzonderlijk beoordeeld.’
In de praktijk betekent dit dat zorgverleners voortdurend alert moeten zijn op mogelijke beïnvloeding. De wens om organen te doneren mag nooit een rol spelen in de beslissing om euthanasie aan te vragen of door te zetten. Bij psychisch lijden duren beide trajecten hierdoor vaak langer. Er wordt uitgebreid gekeken of alle behandelopties zijn benut. ‘Je ziet vaak dat mensen die op psychische grondslag euthanasie overwegen of vragen, daar zelf al langer mee bezig zijn, terwijl de behandelaar nog aan het idee moet wennen. Door dat langere tijdstraject is er voldoende ruimte om ook orgaandonatie te bespreken, ook al kan de donatieprocedure dan nog niet worden opgestart.’
“Als de euthanasieprocedure rond is, vind ik het heel normaal dat de arts ODE ter sprake brengt”
Wanneer bespreek je orgaandonatie?
In de praktijk vraagt dit een zorgvuldige inschatting. Wanneer is de patiënt voldoende zeker van zijn keuze? En wanneer kan informatie over donatie worden gegeven zonder invloed uit te oefenen?
De huidige richtlijn is terughoudend: het initiatief om orgaandonatie te bespreken ligt bij voorkeur bij de patiënt. Dat moet voorkomen dat het onderwerp als sturend wordt ervaren. Oude Voshaar plaatst daar kanttekeningen bij. ‘Wanneer de euthanasieprocedure rond is, vind ik het heel normaal als de huisarts of psychiater het wél ter sprake brengt. Volgens de donorwet check je in het Donorregister of iemand donor is op het moment dat de dood in zicht komt en dan bespreek je eventuele orgaandonatie. Bij patiënten die euthanasie kiezen vanwege psychisch lijden weet je dat het overlijden eraan komt en je weet ook of iemand in beginsel openstaat voor orgaandonatie.’
Volgens Oude Voshaar is timing hierbij de sleutel. ‘Wanneer duidelijk is dat de patiënt geen enkele twijfel (meer) heeft over zijn euthanasiewens, kun je de informatie geven over de mogelijkheid van ODE.’
Kwetsbaarheid en ‘entrapment’
Oude Voshaar ziet dat sommige mensen die vanwege psychisch lijden vragen om euthanasie daar heel stellig in zijn, maar dat er ook een groep is die een bepaalde ambivalentie heeft. ‘Die zegt eigenlijk niet dood te willen, maar het leven op de huidige manier ook niet vol te houden. Juist bij deze groep die nog enige twijfel heeft, is orgaandonatie een lastig gespreksonderwerp. Je moet dan heel erg opletten dat de keuze voor orgaandonatie niet de keuze voor euthanasie beïnvloedt. Veel van deze patiënten hebben een slecht zelfbeeld en hebben het gevoel dat ze door hun organen te doneren, toch nog iets positiefs voor anderen kunnen betekenen. Ook kunnen ze vaak moeilijk eigen keuzes maken en het gevaar is dat ze beslissingen niet terug durven te draaien.’
Dit wordt ook wel ‘entrapment’ genoemd: het gevoel vast te zitten in een eenmaal genomen beslissing. Daarom is het cruciaal dat patiënten weten dat zij altijd kunnen terugkomen op hun keuze.
Positieve ervaringen
Oude Voshaar heeft bij enkele patiënten ODE begeleid. Hoewel elke situatie anders was, is zijn ervaring over het algemeen heel positief.Het kan zelfs bijdragen aan de verwerking. Hij pleit ervoor patiënten vroeg in het euthanasieproces te informeren over de mogelijkheid van orgaandonatie. ‘Door meer aandacht en bekendheid kan ODE na psychisch lijden nog veel verder toenemen.’
Dit artikel komt uit magazine Transparant (nr. 97).
Benieuwd naar meer verhalen en achtergrond? Lees hier het volledige magazine.
Lees meer inspirerende artikelen
Orgaandonatie na euthanasie vanuit huis: waar staan we nu?
Het is inmiddels mogelijk om de orgaandonatieprocedure na euthanasie (ODEH) vanuit huis te starten. Wat zijn de ontwikkelingen?
Zorgen opmerken en nazorg bieden: zo help je naasten van een orgaandonor nog beter
Orgaandonatie is ingrijpend voor naasten. Hoe kan de zorg voor hen nog beter? Gert Olthuis (Radboudumc) leidde een onderzoek. Lees hier de uitkomsten.
Advies voor artsen voor gebruik Kwaliteitsstandaard Donatie
Donatie-intensivist Farid Abdo voert vaak donatiegesprekken en vertelt wat hij in de praktijk kan met de adviezen uit het onderzoek van IQ healthcare naar de kwaliteitsstandaard.